Export naar andere EU-landen

Als ondernemer kan het voorkomen dat er goederen of diensten naar een van de lidstaten van de Europese Unie worden geëxporteerd. Sinds 1993 zijn de controles op goederen die binnen de EU worden vervoerd afgeschaft. Op grond van artikel 28 en 29 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zijn in- en uitvoerbeperkingen verboden. Maar over deze goederen of diensten, ook wel intracommunautaire prestaties, moet wel btw betaald worden.

Aangifte intracommunautaire prestaties

Naast de gewone btw aangifte voor een bedrijf, dient ook de aangifte intracommunautaire prestaties te worden gedaan. Tot deze categorie behoren alle diensten en goederen die geleverd zijn aan klanten die in andere EU-landen btw-aangifte moeten doen. Tevens dient de waarde van de eigen goederen die naar andere EU-landen zijn gebracht, vermeld te worden op de opgaaf intracommunautaire prestaties. Dit worden de fictieve intracommunautaire leveringen genoemd. Er zijn drie categorieën waarin de aangifte intracommunautaire prestaties gedaan kan worden:

Intracommunautaire leveringen

Wanneer de ondernemer goederen naar EU-landen exporteert, is het van belang na te gaan of de klant al dan niet btw betaalt. Is de klant een particulier en doet deze geen btw-aangifte, dan wordt de btw in rekening gebracht die voor het land in kwestie geldt. Maar worden de goederen verkocht aan een klant die wel btw-aangifte doet, bijvoorbeeld een ondernemer, dan kan de 0%-regeling in werking treden. De klant betaalt dan namelijk de btw in het eigen land, dus kan de ondernemer gebruik maken van het 0&-tarief. Dit moet vervolgens gemeld worden bij de aangifte intracommunautaire prestaties.

Intracommunautaire diensten

In feite geldt bij deze categorie opgaaf intracommunautaire prestaties hetzelfde als voor de vorige categorie. Het gaat er om of de geleverde dienst in een ander EU-land wordt afgenomen door een particulier of een ondernemer. Indien het een particulier betreft, dan is de dienst meestal in Nederland met de btw belast. Dit betekent dat dus Nederlandse btw moet worden genoteerd. Wordt de dienst echter aan een ondernemer geleverd, dan luidt het verhaal anders. Want dan is de dienst met btw belast in het land van de afnemer. De btw wordt dan belast in dat land, en de ondernemer regelt dit zelf en betaalt zijn de btw in eigen land. Uiteraard wordt deze activiteit, al dan niet bestemd voor particulier of ondernemer, genoteerd op de opgaaf intracommunautaire prestaties.

Fictieve intracommunautaire leveringen

De laatste categorie omtrent de aangifte intracommunautaire prestaties behelst de fictieve intracommunautaire leveringen. Dit zijn de eigen goederen die naar een ander EU-land worden vervoerd. Hiervoor geldt het 0%-tarief. Maar in het land waar de goederen aankomen wordt dit belast met het tarief dat daar geldig is. Dit wordt vervolgens weer op de opgaaf intracommunautaire prestaties genoteerd.